Beveiligd: Preekverslag NL zomer ’17

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Om deze te kunnen bekijken, vul het wachtwoord hieronder in:

Advertenties

Wat is discipelschap?

Afgelopen week begon in LEEF! Aruba de “LEEF! School“. Hieronder de les die de deelnemers aan het onderdeel “Discipelschap” meekregen. Gebaseerd op wat de lessen die we in de LEEF! School in Zutphen hebben gegeven. Misschien heeft iemand er wat aan!

Christen zijn betekent discipel zijn. Je kan dus niet zeggen: ‘Ik geloof wel, maar ben nog geen discipel’. Het hoort bij elkaar. Maar het is wel goed om hier bewust voor te kiezen. Wat betekent discipelschap?

Discipelschap = altijd blijven leren

Het woord discipel betekent letterlijk: leerling (“mathetes” in het oorspronkelijke Grieks). Dus discipelschap betekent simpelweg: leren van Jezus. Leren als Hem te zijn. Dit leren is niet alleen voor ‘beginners’ in het geloof; het houdt nooit op. Discipelschap is een proces, niet een eenmalige gebeurtenis. Na deze cursus ben je dus niet klaar! Zolang je nog op aarde bent, vindt God dat je nog niet uitgeleerd bent!

Het eerste kenmerk van een gezonde discipel van Jezus is dus: honger om te leren. Van honger ga je eten. De honger van de arbeider werkt ten behoeve van hemzelf, want zijn mond dringt hem ertoe (Spr. 16:26). Je geestelijke knorrende maag zal je eraan herinneren: eet van Jezus! En als dat eten gezond is en geen rotzooi, zal je automatisch ook gezond groeien!

Luister dus naar je maag en vul je honger niet met geestelijk junkfood, waar je honger even door gestild wordt maar waar nauwelijks voedingswaarde in zit. Geestelijk junkfood is b.v. onderwijs dat de Bijbel verdraait (2 Pet. 3:16, Judas 4), mooiklinkende sprituele theorieën die Jezus niet centraal stellen (Kol. 2:4), of je hoofd voortdurend vullen met wereldse wijsheid, wetenschappelijke theorieën of je nieuwsverslaving. Stil je honger in plaats daarvan met het Woord van God. Als je met zo’n honger je Bijbel opent of naar de Kerk komt, zal je groeien.

En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien (1 Pet. 2:2). Het is dus een opdracht: “verlang vurig!” Leugens die we geloven, worden vervangen door de waarheid van het Woord, en die waarheid maakt je vrij (Joh. 8:32). Zo veranderen we door de vernieuwing van ons denken (Rom. 12:2).

Eén kenmerk van een gezonde discipel is dus: iemand die altijd blijft leren, en zich voedt met het gezonde Woord van God.

Discipelschap = tot het einde toe gehoorzamen

Jezus zegt: Wie volhardt tot het einde zal gered worden (Matt. 24:13), en ergens anders: Wees trouw tot de dood en ik zal je de kroon van het leven geven (Openb. 2:10). Discipelschap betekent niet alleen goed beginnen, maar ook goed eindigen.

Niet iedereen die begint met Jezus volgen, eindigt zijn leven ook op diezelfde goede weg. Jezus illustreert dit in de beroemde gelijkenis van de zaaier. Hij waarschuwt hier tegen drie manieren waardoor we het eeuwige leven kunnen mislopen, wanneer we in aanraking komen met het Goede Nieuws:

Het woord kan weggeroofd worden door de vogels die staan symbool voor _____________________ (Markus 4:15)

Het woord kan eerst snel wortel schieten in ondiepe aarde, maar daarna verdorren door de zon. Dit gaat over mensen die het woord eerst met blijdschap aannemen, maar daarna afhaken als er omwille van dat woord _____________________ en ____________________ in hun leven blijken te komen (Markus 4:17). Jezus noemt hen ‘mensen van het ______________’ (Mar. 4:17)

Het woord kan opgroeien en een tijdje daarmee doorgaan, maar uiteindelijk – vaak geleidelijk – verstikt worden voor de dorens. Deze staan voor ___________________________________, ______________________________, en de _________________________. (Markus 4:19). In Lucas 21:34 noemt Jezus dit ‘verstikt worden’: ‘roes, dronkenschap en zorgen over de alledaagse dingen’.

Een discipel maakt van tevoren het besluit om deze valstrikken te ontwijken en tot het einde toe gehoorzaam te blijven in alle omstandigheden: Laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt (Heb. 12:1b). Zo’n discipel zal aan het einde van zijn/haar leven kunnen terugblikken en net als Paulus kunnen zeggen: Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden (2 Tim. 4:7).

Een tweede kenmerk van een discipel is dus: hij/zij volhardt tot het einde toe in het gehoorzamen van Jezus.

Discipelschap = bereid zijn alles op te geven

Lucas 14:25-35

En vele menigten trokken met Hem mee, en terwijl Hij Zich omkeerde, zei Hij tegen hen: Als iemand tot Mij komt en niet haat zijn eigen vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn. En wie zijn kruis niet draagt en achter Mij aan komt, kan geen discipel van Mij zijn. Want wie van u die een toren wil bouwen, gaat niet eerst zitten om de kosten te berekenen, of hij de middelen wel heeft om het werk te voltooien? Opdat niet misschien, als hij het fundament gelegd heeft en niet in staat is het te voltooien, allen die het zien, hem beginnen te bespotten, en zeggen: Deze man begon te bouwen, maar heeft het werk niet kunnen voltooien. Of welke koning die een oorlog in gaat om te strijden met een andere koning, gaat niet eerst zitten om te beraadslagen of hij bij machte is met tienduizend man tegemoet te gaan die met twintigduizend man tegen hem optrekt? En zo niet, dan stuurt hij, als de ander nog ver weg is, een gezantschap om te vragen wat de vredesvoorwaarden zijn. Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn. Het zout is goed, maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het smakelijk gemaakt worden? Het is niet geschikt voor het land en ook niet voor de mesthoop: men gooit het weg. Wie oren heeft om te horen, laat die horen

 

Het lijkt hier of Jezus mensen afschrikt om Hem te volgen. Alsof Hij het liever niet had! Maar niets is minder waar. Jezus wil dat IEDEREEN Hem gaat volgen, immers: Hij wil dat _____________ gered wordt (1 Tim. 2:4). Maar wat Hij niet wil, is dat mensen er te licht over denken, en daardoor vervelend verrast worden als ze erachter komen dat Jezus volgen pittiger is dan ze hadden gedacht. Daarom spoort Hij ons allemaal aan om eens heel goed te gaan zitten, en dan bewust de keuze te maken Hem na te volgen, zelfs als gehoorzaamheid betekent dat we ons leven zullen verliezen.

Een discipel geeft zijn rechten vrijwillig over aan Jezus: Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht (1 Kor. 6:19-20a). Dit betekent dat je Jezus het recht geeft op:

  • je tijd (Ps. 31:16a, 90:12)
  • je geld (Matt. 6:27, Ps. 112:9, Gal. 6:6)
  • je lichaam (1 Kor. 6:20)
  • waar je woont en heengaat (Luk. 9:57-62, Joh. 3:8, Hand. 8:36, 13:2)
  • wat voor werk je doet (2 Tess. 3:6-12)
  • je relaties (1 Kor. 7:1-40)
  • je reputatie

Het kan betekenen dat

  • God je roept te verhuizen naar een ander land of andere stad
  • je vraagt een financieel offer te brengen, tienden van je inkomsten te gaan geven, je spaargeld aan hulpbehoevenden of Godsmannen en -vrouwen te geven.
  • je voor een tijd of altijd ongetrouwd zal kunnen blijven, als God dit vraagt
  • je scheef aangekeken wordt door je familie en vrienden voor de keuzes die je maakt
  • of zelfs wordt verstoten en vervolgd

Maar daarvoor is het nodig dat je als discipel van tevoren de kosten berekent, en beseft dat Jezus volgen je alles kan kosten. Als je de wereld als dood voor je beschouwt, en jezelf als dood voor de wereld, heb je niets meer te verliezen en alleen maar alles te winnen!

 

Belangrijk: we brengen geen offers als discipelen om Gods liefde te verdienen! Maar een gezonde discipel brengt offers als reactie op Gods liefde. Het is het enige dat een hart, geraakt door genade, wil!

 

Jezus zegt aan de andere kant wel heel scherp, dat wie niet bereid is die bovengenoemde offers te brengen, geen echte discipel is, geen echt geloof heeft, en niet gered is (“Ik zal hem verloochenen, hij zal zijn leven verliezen, werp de nutteloze slaaf in de buitenste duisternis, niet geschikt voor het Koninkrijk van God”). Omdat hij/zij de genade van God niet echt gelooft. Dit is dus heel wat scherper dan in de meeste kerken gepredikt wordt! God vraagt hierin geen perfectie, maar wel de volledige bereidheid om “het Lam te volgen, overal waar Hij gaat” (Op. 14:11) en “hun leven niet liefhebben, zelfs tot in de dood” (Op. 12:11).

Hoe leef je als een discipel?

Kijk naar wat Jezus doet met Zijn discipelen, in Marcus 3:13-15:

En Hij klom de berg op en riep bij Zich wie Hij wilde. En zij kwamen naar Hem toe. En Hij stelde er twaalf aan om:

_____________ zijn, en

om hen ________________ om

te _________________

en macht te hebben om _______________________

en ________________________

Uit bovenstaande tekst lezen dat Jezus volgen, discipelschap, dus twee aspecten heeft:

samen zijn (relatie): ‘om met Hem te zijn’) en uitgezonden worden (missie): ‘om hen uit te zenden’.

Beiden zijn nodig. Discipelschap heeft alles te maken met relaties. Zonder verbondenheid, met God en mensen, is discipelschap onmogelijk! Gekend zijn en anderen kennen is het einddoel van ons leven, en God te kennen zoals Hij ons kent noemt Jezus zelfs de definitie van eeuwig leven (Joh. 17:3). Maar relaties alleen zonder opdracht, zonder doel van dat samen-zijn is niet genoeg: God wil dat die relaties een doel vervullen. Andersom: alleen samen werken aan een opdracht zonder een hartsrelatie op te bouwen leidt uiteindelijk tot zakelijke verhoudingen, die makkelijk kunnen ontsporen omdat er geen persoonlijke band van vriendschap is.

Jezus geeft ons beide: een relatie én een missie! Dit is ook weerspiegeld in het feit dat Hij ons én het Grote Gebod heeft gegeven (God en onze naaste liefhebben: gericht op relatie, ‘samen zijn’), én de Grote Opdracht (alle volken maken tot Zijn discipelen: gericht op missie, ‘uitgezonden worden’).

Relatie: samen zijn met Hem

De twaalf waren voortdurend bij Jezus, en zagen daardoor wat Hij deed, hoe Hij het deed, waarom Hij het deed. Ze hoorden Zijn onderwijs voortdurend, waarschijnlijk met vele herhalingen: genoeg om het goed te onthouden, zodat ze het later konden doorgeven en (laten) opschrijven in de evangeliën. Door dit vele samen-zijn werd Zijn manier van denken en doen steeds meer de hunne.

We kunnen op twee manieren bij Jezus zijn: direct in Zijn aanwezigheid zijn door gebed, aanbidding, het Woord en de Geest die tot ons spreken, en indirect via andere mensen: de Kerk, Jezus’ Lichaam, waardoorheen Hij zich ook tot je richt en wij tot Hem.

Direct met Jezus zijn

Een discipel houdt ervan om bij Jezus in de buurt te hangen! Bidden en aanbidden is een manier om met Hem te praten, en het Woord, de Geest en de Kerk zijn de manieren waarop God terugpraat. Een discipel ‘disciplineert’ zich, niet vanuit angst maar vanuit liefde, om op deze manieren bij Jezus te zijn.

Indirect met Jezus zijn: via anderen

Jezus is ook aanwezig in onze relaties. Hij weet wie Hij samen in een kerk zet, en wie Hij samen als vrienden in het geloof bij elkaar zet. We kunnen door zowel positieve als negatieve ervaringen met anderen, groeien en leren.

Groeien door positieve invloed van anderen

Paulus deed dit ook met zijn eigen discipelen en beschreef als volgt hoe dit werkt:

Maar jíj hebt mij nagevolgd in mijn onderwijs, levenswandel, levensopvatting, geloof, geduld, liefde, volharding, in mijn vervolgingen en lijden zoals die mij zijn overkomen… (2 Tim. 3:10).

Wees navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben (1 Kor. 11:1)

Je ziet in anderen een stukje van wie de Vader is, en raakt erdoor geïnspireerd om hen in dat opzicht na te volgen. Hoe meer je met iemand omgaat die iets ‘heeft’ van God wat jij ook wil hebben, hoe meer je ermee besmet zal raken. De ‘geest’ die op hen is, zal op je over springen:

  • Mozes‘ dienaar Jozua bleef voortdurend in de tent hangen waar Mozes God ontmoette (Ex. 33:11), diende Mozes toen hij de berg opging om de wet te ontvangen, en diende in zijn leger. Uiteindelijk legde Mozes ‘zijn ______’ op hem (Num. 27:18-20), en werd Jozua zijn opvolger die afmaakte wat God door Mozes begon.
  • Davids volgelingen die begonnen als ‘mensen die in nood waren, een schuldeiser hadden, en verbitterd van gemoed waren’ (1 Sam. 22:2), leerden van David door samen met hem te strijden en hem te volgen in moeilijke omstandigheden. Resultaat: een hele groep werd net als David ook een reuzendoder (2 Sam. 21:16-22).
  • Elisa begon als een dienaar ‘die _____ op Elia’s handen goot’ (2 Kon. 3:11), bleef tot het einde bij hem ondanks dat Elia zelf hem meerdere malen weg leek te jagen (2 Kon. 2:2, 4, en 6). Omdat hij bleef volgen, ontving hij een ‘_______ deel van Elia’s geest’, en er staan inderdaad 14 wonderen van Elisa beschreven, 2x zoveel als de 7 van Elia.
  • Timoteüs volgde Paulus trouw na in zijn ‘onderwijs, levenswandel, levensopvatting, geloof, geduld, liefde en volharding’ (2 Tim. 3:10)., en groeide van jonge christen uit tot apostel die leiding gaf aan de kerk van Efeze.

Wie volg jij na? Het is een goed idee God te vragen wie je mag dienen, aan wie je je kan optrekken, en van wie je kan leren. Met sommigen zal je langer en intensiever optrekken, door anderen kan je al in één ontmoeting geïnspireerd worden. Maar voor wie oplet, is er altijd iemand om van te leren. God wil dat we eerst leren ‘trouw te zijn in wat een ander toebehoort’ (een droom, visie, bediening), voordat hij ons ‘het onze’ kan toevertrouwen (Luc. 16:12).

Groeien door/ondanks negatieve invloed van anderen

Door ons samen te zetten, creëert God bewust een klimaat waarin we te maken krijgen met de onvolmaaktheden van anderen. Mensen die fouten maken. Persoonlijkheden die op onze zenuwen werken. Dingen die we niet begrijpen. Zelfs zonde door anderen. De manier hoe we daarop reageren, zegt iets over hoe ver we al zijn in ons volgerschap van Jezus.

Jakob was een bedrieger. God bracht hem bij een andere bedrieger (zijn oom Laban), die hem een vergelijkbare streek leverde als Jakob zelf had geflikt bij zijn vader en broer. God wil geen zonde, maar liet dit toe zodat Jakob zou voelen hoe het voelt om zelf bedrogen te worden. Hij kreeg dus in die ander een spiegel voorgehouden, waardoor hij uiteindelijk tot inkeer kwam en leerde vertrouwen op Gods hulp i.p.v. zijn bedrog (Gen. 29-31).

Zo gebruikt God dus ook de fouten van anderen om, als wij zelf ons hart schoonhouden van aanstoot nemen, bitterheid, hoogmoed etc, ons te doen groeien. En… onze fouten (WAT?! HEB IK DIE DAN? JAZEKER…) vormen ook weer anderen.

 

Zoals ____ _____ scherpt, zo scherpt de ene mens de andere (Spreuken 27:17).

Missie: (leren) doen wat Jezus doet

Discipelschap vindt ook plaats doordat we iets te doen krijgen: De Grote Opdracht. (zie volgende les). Door een uitdaging voor onze neus te plaatsen, dwingt God ons Hem en Zijn kracht en wijsheid te zoeken.

 

Een discipel heeft dus altijd een taak, een opdracht te doen. Dit zijn de dingen die Jezus zou doen, als Hij in onze schoenen geboren zou zijn.

Het resultaat van discipelschap

Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent (Joh. 15:8). Resultaat van het blijvend volgen van Jezus is een karakter dat lijkt op Jezus, waardoor je veel vrucht zal dragen met je leven, tot eer van God de Vader en Jezus’ Naam. En in de eeuwigheid, een dimensie die we nog niet kunnen bevatten, zal dát zijn wat overblijft!

Vragen:

  1. Welke mensen zou God kunnen gebruiken om jou te ‘discipelen’?
  2. Welke concrete offers breng je nu om Jezus te volgen, of te groeien? Welke zou je kunnen gaan brengen?
  3. Luister de preek van Olaf ten Napel (17 sep 2017, 21 minuten) op deze webpagina: http://www.vezwolle.nl/prekenenmedia en schrijf een korte samenvatting. Mail deze naar Marlies voor dinsdag! Schrijf 3 citaten uit de preek op die je bijblijven. En google naar verhalen over de eerste christenen en schrijf (mag kort, mag ook langer) een voorbeeld van hun discipelschap in moeilijke tijden op.

Je vurigheid is een kado

“Bezit je ook maar iets wat je niet geschonken is?” (1 Kor. 4:7).

Soms merk ik onder lieve, toegewijde, Geestvervulde christenen die verantwoordelijk meedienen in Gods werk, trouw bidden en het Woord lezen, een houding van irritatie tegenover mensen die dit niet doen. Gelovigen die al die dingen wat minder bijhouden, minder slimme keuzes maken, een beetje zoals Lot die niet met geestelijke maar met natuurlijke ogen z’n beslissingen neemt, en daardoor vaak in plekken eindigt waar de geestelijkere Abraham hem dan uit moet redden (Genesis 14). De geestelijk scherpere mensen krijgen het zo zwaarder, meer werk op hun schouders want de rest waant zich in christelijk luilekkerland. Heel begrijpelijk die ergernis!

Een beetje zoals iemand die door hard werk zich heeft opgewerkt en nu VVD stemt, zich ergert aan z’n voormalige buurtgenoten die een uitkering vangen. Ik kon het, dan jij toch ook?

Ongeacht of dit klopt of niet, in de maatschappij of in je geestelijke ontwikkeling, om als Jezus te zijn moeten we 1 ding niet vergeten: “God is het die je kracht geeft om vermogen te verwerven” – zowel natuurlijk als geestelijk. Als Hij ons niet de Geest had gegeven, een nieuw hart, een vernieuwde wil, een heilige motivatie van binnen die ons ertoe drijft Hem te zoeken, te bidden, te lezen, te dienen, te evangeliseren, te groeien – hadden we niks. Zelfs dat verlangen, die wil… komt van Hem.

Dit helpt ons om fanatiek radicaal toegewijd extreem vol overgave God meer te dienen dan anderen om ons heen… zonder hier hoogmoedig over te worden, en écht nederig te blijven. Want trots kan zomaar al dat mooie bidden en werken voor Zijn Zaak verpesten. Wie geen liefde heeft, heeft niks meer.

Of zoals Paulus het heel cool verwoordt: Ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen! Niet op eigen kracht maar… dankzij Gods genade (1 Kor. 15:10) en: Dat ik trots kan zijn op mijn werk voor God, dank ik aan Jezus Christus (Rom. 15:17).

Liefde laat je huilen en haten

We kennen allemaal de uitspraak: “God haat de zonde, maar houdt van de zondaar”. Waarheid als een Hollandse koe! Ik wil echter een kleine wijziging voorstellen: “God haat de zonde, OMDAT Hij houdt van de zondaar”.

Bij de 1e uitspraak lijken zonde en zondaar nog 2 dingen die eigenlijk bij elkaar horen. Maar te vaak voelen gescheiden mensen zich nog veroordeeld als ze de tekst in Maleachi 2:16 horen “Ik haat de echtscheiding”. Als afgeleide daarvan voelen ze zich ergens zelf ook een beetje door God gehaat. Maar God haat het juist, OMDAT Hij van het betrokken stel houdt. En hun kinderen. En iedereen die erdoor geraakt of beïnvloed wordt.

En zo is het met elke zonde. God haat hypocrisie, leugens, seks buiten het huwelijk, abortus, hoogmoed, hebzucht, veroordeling, onvergevingsgezindheid, onverschilligheid, laster en geroddel, geruzie, positiezoekerij, leedvermaak, jaloezie… OMDAT Hij liefde is. Liefde voor zowel de daders als slachtoffers van al deze zonden. Logisch toch?

Dat brengt me op een punt waar ik me wat zorgen over maak, kijkend naar de christenen van vandaag. En, eerlijk gezegd, naar m’n eigen hart zodra het van de radicale navolging van Jezus af probeert te drijven.

We maken ons veel te weinig druk over zonde.

In onszelf, in de kerk, en ja: in de wereld.

Voor ik verder ga: ik ga niet pleiten voor hoogmoedige, vingerwijzende Farizeeërstijl veroordeling van die vieze vuile buitenwereld. Jezus at en dronk met landverraders en hoeren (Mc. 2:16), en dat moeten wij ook doen – met hen die zich geen christen noemen tenminste (1 Kor. 5:11).

Maar dat zou wel gepaard moeten gaan met een diep verdriet, of haat zogezegd, over de zonde die zoveel kapot maakt. Het voelen van de pijn van alle gevolgen van onrecht, gebroken gezinnen en harten, egoïsme en onverschilligheid in een narcistische selfiecultuur geobsedeerd door volgers en vindikleuks. En van het gebrek aan aantrekkingskracht van een kerk die op veel plekken overgenomen lijkt te zijn door de wereld.

Check deze teksten:

Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en zet een merkteken op de voorhoofden van de mannen die zuchten en kermen over al de gruweldaden die in in het midden ervan gedaan worden (Eze. 9:4)

Oh, had ik in de woestijn maar een kamp voor reizigers! Ik zou mijn volk verlaten, ik zou bij hen weggaan, want zij zijn allen overspelers, een trouweloos gezelschap. Zij spannen hun tong als een boog. Met leugen en niet met betrouwbaarheid zijn zij in het land sterk geworden, want zij gaan voort van slechtheid tot slechtheid, en Mij kennen ze niet, spreekt de HEER (Jer. 9:2-3).

Beken vol water stromen uit mijn ogen neer, omdat men Uw wet niet in acht neemt (Ps. 119:136).

… de rechtvaardige Lot, die leed onder de losbandige levenswandel van normloze mensen… heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden (2 Pet. 2:9).

Een rivier van tranen omdat mensen niet doen wat God zegt. Gekweld in je ziel bij het horen en zien van zonde. Willen vluchten naar een hutje op de hei. Zuchten en kermen over gruweldaden. Dit is dus blijkbaar Gods hart, het hart van Jeremia, Lot, David en Ezechiël. En van een kerk die écht vervuld is met diezelfde Geest.

Christenen die lijken op de Vader van iedereen, de Schepper die zonde, valse leringen en religies en leugens haat, omdat ze de mensen die die zonde praktiseren en die leugens geloven kapot maakt, en leidt tot een eeuwigheid onder het oordeel zonder mogelijkheid tot ontsnapping. Kinderen van de Vader die huilt en gebroken is om mensen die verloren gaan.

In een afkickkliniek hoorde ik van een in drugs teruggevallen gemeentelid, hoe het overspel, de echtscheiding en geslachtsverandering van z’n vader hem helemaal kapot had gemaakt, en hoe hij nu moest vechten om bij z’n eigen vrouw en kinderen te blijven. Het is niet gelukt. In de ogen van een vrouw zag ik de pijn van het verlies van haar vader door drugsgebruik. De gebrokenheid van het meisje dat misleid was door een vriendje die zei dat zuipen en seks voor God OK was, omdat alle zonde toch al bij voorbaat vergeven is. De jongen die op zoek was naar God maar in zijn poging de kerk te bezoeken afknapte op de mensen die het met elkaar gezellig hadden maar geen oog hadden voor de alleen koffiedrinkende nieuweling. Het jonge stel op weg naar Jezus die afknapten op de ‘christelijke’ jongeren die net zo goed dronkenschap nodig hadden om oudejaarsavond een beetje leuk te houden, en concludeerden dat Jezus blijkbaar toch niet het antwoord kon zijn op hun zoeken. Het zonder geloof opgegroeide rappertje die bij pastoor en dominee alleen maar lauwe halfbakken antwoorden kreeg, en nu een salafistische moslimprediker is omdat hij van de imam wél een gepassioneerd antwoord kreeg op zijn vragen naar de zin van het leven.

Waar zijn onder gelovigen vandaag de tranen van Paulus, als hij christenen aanspoorde vooral te blijven vasthousen aan geloof, liefde en heilig leven? Waar de tranen van Jezus, die huilde toen Hij Jeruzalem zag, omdat Hij wist wat er ging gebeuren nu ze Hem afwezen?

Ik zag Gods Geest eens in over een groep Achterhoekse kinderen (van 10 tot 12 jaar) uit traditionele kerken komen, en ze begonnen – zonder dat iemand ze opjutte of instrueerde – onbedaarlijk te huilen terwijl ze baden voor hun lauwe kerken, families en dorpen. Zo heftig was de Geest op ze, dat we ze na een tijdje moesten stoppen omdat ze anders niet zouden lunchen. Dát doet een volk dat écht, en niet alleen in naam of belijdenis, vervuld is met de Geest van pinksteren.

Twee zendelingen van het vroege Leger des Heils probeerden een kerk te stichten in een moeilijke buurt. Toen niks lukte vroegen ze om advies aan de legendarische stichter van het Leger, William Booth. Zijn telegram (niet de app, het echte ding met kabels en morsecode) bestond uit twee woorden: T R Y   T E A R S.

Probeer tranen.

Hey ik hou van lachen. Ik ben de vrolijkste persoon die ik ken. Ik vind mijn eigen grapjes best goed. Voor de blijmoedige is het altijd feest (Spr. 15:15) en wees altijd blij (Fil. 4:4) staan op m’n voorhoofd getatoeëerd. Niet echt hoor, dat was een grapje. Haha.

Maar ik pleit daarbij voor meer tranen. Om de ellendige staat van de wereld, de lauwe staat van de kerk, hoe verloren mensen gaan en hoe weinig kracht wij hebben om ze te bereiken. Een roep naar boven: HEER HELP ONS. HOSANNA, BRENG REDDING HEER! Om meer haat tegen zonde omdat we mensen en Gods Naam meer liefhebben. Weg met onverschilligheid. Laten we ons diep laten bewegen. Het is code rood, nú moet het gebeuren of er gaat weer een generatie over het randje zonder Jezus gezien te hebben in ons. Waar is de passie die zegt:

Nee, ik ga mijn tent, mijn huis, niet binnen, ik leg mij op de rustbank, mijn bed, niet neer, ik gun mijn ogen geen slaap, mijn oogleden geen sluimer, totdat ik voor de HEER een plaats gevonden heb (Psalm 132:3-5). Geen rust, geen zorgeloos genieten (behalve als noodzakelijk bijtanken om daarna weer door te gaan), totdat Gods volledige wil gebeurt, of op z’n minst zwaar onderweg is in mijn leven en in de mensen om me heen.

Meer liefde die leidt tot meer heilige haat en meer tranen, a.u.b.